396
0

Ontwikkelingshulp kinderoncologie nog waardevoller dan het lijkt

Nog voor de deuren van het gloednieuwe kinderoncologische centrum zijn geopend, reikt de zorg van het Prinses Máxima Centrum al tot ver over de Nederlandse grenzen. Uitwisselings (outreach-) projecten in landen als Indonesië en Sub-Sahara en Kenia zijn voor Academy directeur Gertjan Kaspers wezenlijke doelen. Kaspers is hoogleraar kinderoncologie in VUmc en directeur van de Prinses Máxima Centrum Academy. Sinds enkele maanden bestaat Stichting World Child Cancer-NL, onderdeel van het internationale World Child Cancer Global. Oncology.nl interviewt de professor in het Hubrecht Instituut in Utrecht.

 

Voor een buitenstaander klinkt dit als een op zichzelf staand liefdadigheidsproject, maar de kennis en kunde die deze outreachprogramma’s met zich meebrengen leveren veel meer op. Het zorgt voor een vernuftig domino effect op verschillende deelgebieden waardoor artsen en verpleegkundigen hun kennis en ervaring uitbreiden en de oncologische zorg voor álle kinderen met kanker uiteindelijk beter wordt, in binnen- en buitenland. Niet alleen door directe patiëntenzorg, maar ook door het breder kunnen trekken van wetenschappelijke inzichten.

 

Kaspers werkt al geruime tijd vanuit VUmc aan de uitwisselingsprojecten. Al voor de eerste vraag gesteld kan worden steekt de professor gedreven van wal: “Wist je dat de meeste kinderen die overlijden aan kanker in ontwikkelingslanden leven? En waarschijnlijk zijn dat er meer dan we denken, want soms wordt het afgedaan als een virusinfectie, terwijl het niet uitgezocht is of het misschien een neurologische tumor was. Dat weten we dus niet, want ze hebben daar niet eens een MRI, laat staan een kinderneurochirurg. Alleen maar symptoomsignalering.” Hij haalt zijn schouders op: ”In Nederland overleeft gemiddeld zo’n 75 procent van de kinderen tegen tien procent in ontwikkelingslanden. Met onze outreachprogramma’s kunnen we een betere kankerbehandeling, betere zorg geven aan deze kinderen en meer verbanden gaan leggen, zodat we er zelf ook van leren. En díe informatie nemen we weer mee naar huis. Het is een win-win situatie.”

 

 'Ze hebben daar niet eens een MRI, laat staan een kinderneurochirurg'

 

Even terug naar het begin. De kinderoncologische zorg in Nederland wordt dus door het Prinses Máxima Centrum geregisseerd. De complexe patiëntenzorg en het wetenschappelijk onderzoek vinden plaats in Utrecht en de minder complexe zorg wordt dus gewoon in de plaatselijke ziekenhuizen gegeven?

“Ja, dat klopt zo ongeveer. Het nieuwe gebouw gaat officieel open in mei 2018 - en we liggen op schema - maar dan hebben we het puur over de nieuwe behuizing. We draaien al binnen de muren van het Wilhelmina Kinderziekenhuis. Die nieuwe deuren kunnen pas open als de gordijnen er daadwerkelijk hangen natuurlijk, en als de apparatuur is getest. Niet als het amper af is (lacht). Onder regie van het Prinses Máxima Centrum gaan we de complexe zorg en de meeste wetenschappelijke research in Utrecht doen, en minder complexe zorg in een beperkt aantal academische en niet-academische ziekenhuizen verspreid over het land.”

 

Is de kinderoncologische zorg, ten opzichte van Europa, alleen zo in Nederland zo georganiseerd?

“Ja, ons land leent zich er natuurlijk ook goed voor, omdat we een goed wegennet hebben en niet zo groot zijn.” Hij fronst en glimlacht opgetogen als hij zegt: ”en we krijgen best vaak reacties van buitenlandse collega’s die onder de indruk zijn van de manier hoe wij de zorg hebben geregeld. Wat betreft het outreachprogramma willen wij een voorbeeld geven aan andere westerse landen. Ik wil eigenlijk dat andere landen dit ook zo gaan doen, want we kunnen dit niet alleen. Voor 2020 willen wij met tien ziekenhuizen in ontwikkelingslanden samenwerken.” Hij pauzeert even en zegt op een doelgerichte toon: ”…Ik vind eigenlijk dat íe-der groot kinderoncologische centrum in de westerse wereld in ieder geval één twinning programma moet hebben. Zal je zien wat een ambitie dat gaat geven! Die samenwerkingsovereenkomsten die wij aangaan met zo’n ziekenhuis zijn meerjarige projecten. We blijven contact houden en bezoeken ze een á twee keer per jaar. Ik heb zelf tussendoor nog regelmatig contact met deze artsen die dan om advies vragen over patiënten. Dat geeft aan twee kanten een opwaartse leercurve.”

 

Dus u bent zelf ook al eens geweest?

“Oh jazeker en ik ga regelmatig terug.”

 

Maar hoe ziet dat er dan uit? Wat gaan die artsen en verpleegkundigen dan doen in een ziekenhuis? “Het is de bedoeling dat onze mensen daar met weinig middelen dingen op de rit krijgen en het personeel daar leren om processen te verbeteren. Pay it forward. We maken ook samen lokaal toepasbare behandelrichtlijnen voor de meest voorkomende ziektebeelden. Het is echt de opzet dat dat aangesloten ziekenhuis die nieuwe kennis en middelen ook weer gaat delen met omliggende zorginstellingen. En onze artsen en verpleegkundigen die daar zijn, leren werken met minimale middelen. Ze komen met indrukwekkende ervaringen thuis. Het schept een enorme band om daar met een klein team te gaan helpen. Blijft je altijd bij.”

 

En zijn er bijvoorbeeld kankersoorten die daar meer of juist minder voorkomen? Wordt daar wetenschappelijk onderzoek naar gedaan?

De professor begint te stralen bij vragen die de wetenschap aanraken: ”Absoluut! Zo viel het ons op dat er bij bepaalde medicijnen veel minder bijwerkingen waren bij kinderen met een andere etnische achtergrond. Die inzichten zijn heel handig in Nederland. We hebben hier immers een multiculturele samenleving, dus die kennis moeten we hier ook wel eens toepassen.  Het is nu niet zo dat er daar veel hele andere soorten tumoren vaker voorkomen. Je hebt ze daar alleen vaak in een vergevorderd stadium. En wat betreft wetenschappelijk onderzoek is het soms ook mogelijk om op grotere schaal tumormateriaal te verzamelen voor een weefselbank. Het Prinses Máxima Centrum kan vervolgens, gebruikmakend van zeldzaam tumormateriaal, veel kennis opdoen, gericht op bijvoorbeeld personalised cancer treatments.”

 

'We willen iedereen stimuleren om mee te werken aan deze outreachprogramma’s'

 

Er wordt dus kennis overgedragen, maar wordt er ook afgeschreven apparatuur die nog goed werkt zoals MRI’s of materialen voor de pathologie aan deze ziekenhuizen geschonken?

“Nee, zover zijn we nog niet. We zijn dit nu stap voor stap aan het uitrollen. Dat begon natuurlijk al jaren geleden met de gedachte om de zorg te concentreren. Dat is dan iets waarvan je eigenlijk weet dat het beter is, maar om het voor elkaar te krijgen is een tweede.  Er zijn in Nederland nu zo’n 40 kinderartsen puur voor de oncologische zorg van kinderen. Ja het liefst gaan we over de grenzen en willen we iedereen stimuleren om mee te werken aan deze outreachprogramma’s." 

 

"Ik hoop binnen vijf tot tien jaar het overlevingspercentage van tien procent te verhogen naar 30 procent! Ik wil een start maken met meer wetenschappelijk onderzoek, tumor materiaal verzamelen en meer onderzoek doen naar de werking en bijwerkingen van  geneesmiddelen bij kinderen met een andere etnische achtergrond. En vooral het netwerk rond kinderoncologie op poten zetten, zodat onze kennis en ambities als een olievlek worden uitgerold.”

 

 

Plakken op pagina: 
Tags: 
Prinses Máxima Centrum
Gertjan Kaspers
Kinderoncologie
VUMC
neurochirurgie
Registreer en beoordeel zelf
0
Nog geen stemmen
Deel dit bericht!
Openbaar
Persoonlijk