688
0

Kankermedicijnen sneller en goedkoper ontwikkeld door imaging

Geneesmiddelen ín het lichaam volgen met hulp van medische beeldvorming (‘imaging’) geeft legio mogelijkheden om medicijnen efficiënter, patientvriendelijker en goedkoper te ontwikkelen. Dat kan omdat door imaging pas écht duidelijk wordt waarom een medicijn bij de ene patiënt wel werkt en bij de andere niet. Het kan de ontwikkelkosten met de helft omlaag brengen. Dat stelt Guus van Dongen, hoogleraar medische beeldvorming en oprichter van het VUmc Imaging Center Amsterdam. 

 

In een recente publicatie in het  FD onthulde van Dongen hoe zijn onderzoeksgroep deze imaging strategie met groot succes laat samenkomen met een nieuwe vernuftige methode in samenwerking met het bedrijf LinXis. Het gaat om een nieuwe technologie waarbij platina wordt gebruikt om op een simpele manier antilichaam-drug conjugaten (ADC's) te maken.

 

De professor bedacht tien jaar geleden een nieuwe methode om radioactieve isotopen aan de werkzame stof van het medicijn te koppelen en deze door imaging te volgen. Deze imaging strategie is nu gebruikt om de bruikbaarheid van platina bij de ADC ontwikkeling vast te stellen. In proeven met diermodellen blijken die effectiever dan de ADCs die op dit moment in de kliniek gebruikt worden. Het platina kan ervoor zorgen dat een nieuwe generatie kankermedicijnen sneller op de markt komt.

 

Toen Roche-Genentech in 2013 voor het eerst een ADC op de markt bracht werd het direct bestempeld als één van de meest innovatieve geneesmiddelen ooit. Het ging om Kadcyla® (ado-trastuzumab emtansine) voor de behandeling van patiënten met uitgezaaide borstkanker. Het succes van dit geneesmiddel heeft er toe geleid dat er op dit moment zeker 60 van dergelijke ADCs in klinische ontwikkeling zijn voor de behandeling van kanker.

 

De huidige generatie ADCs is soms nog instabiel, waardoor de zeer toxische stof reeds in de bloedbaan van het antilichaam loslaat, nog voor het de tumor bereikt. Dit kan tot ernstige bijwerkingen leiden. De productie van ADCs is erg complex en slechts enkele grote gespecialiseerde bedrijven zoals Genentech, Immunogen en Seattle Genetics zijn er toe in staat. Dit leidt tot monopolie vorming en een zeer hoge prijs.

 

De methode die LinXis heeft ontwikkeld is veel simpeler. Hierbij wordt platina als 'tweezijdig plakband' ingezet, om zo twee types geneesmiddelen aan elkaar te koppelen. Eén geneesmiddel heeft daarbij als functie om zich binnen het lichaam selectief aan de tumor te binden (antilichaam), terwijl het tweede geneesmiddel bestaat uit een zeer toxische stof die in de tumor vrij komt en ter plaatse de tumor vernietigt (de drug); een soort tweetrapsraket die antilichaam-drug conjugaat (ADC) wordt genoemd. Deze methode is niet alleen simpel en effectief, maar werd ook in rap tempo ontwikkeld. “Doordat we de nieuwe ADCs met imaging in dieren konden volgen, zagen we dat de nieuwe technologie volledig voldeed aan de eisen”, stelt Van Dongen. 

 

Het onderzoek van Van Dongen en LinXis laat zien dat platina oplossingen kan bieden voor bovengenoemde problemen. Het platina wordt eerst met één zijde aan de toxische stof gekoppeld. Dit tussenproduct is in deze vorm nauwelijks toxisch en kan veilig voor lange tijd bewaard worden. Vervolgens kan het tussenproduct op een eenvoudige wijze (‘plug-and-play’) via de andere zijde van het platina aan een antilichaam naar keuze gekoppeld worden, om zo het ADC te vormen.

 

Van Dongen is opgetogen over de samenwerking met het kleine biotech bedrijf LinXis. Hij verwacht een sneeuwbaleffect in de farmaceutische industrie. “Vroeger werden ideeën van innovatieve start-ups in een vroege fase door grote farmaceutische bedrijven opgekocht en heel vaak belandde het idee in de ijskast. Slechts 10 procent van de medicijnen die klinisch ontwikkeld worden komt daadwerkelijk op de markt, maar die andere 90 procent die de eindstreep niet halen moeten wel terugverdiend worden. Als we door slim gebruik van imaging tijdens de vroege ontwikkeling van een geneesmiddel die 10 procent zouden kunnen brengen tot 20 of 30 procent, dan zouden de ontwikkelkosten al met zo’n 50 procent omlaag kunnen!” 

 

'Door slim gebruik van imaging zouden de ontwikkelkosten met 50 procent omlaag kunnen'

 

‘Onze aanpak stimuleert de innovaties, en zelfs kleine bedrijven kunnen financiering krijgen voor klinische ontwikkeling als ze kunnen laten zien dat ze iets veelbelovends in handen hebben. We willen eigenlijk af van die hele grote fase III studies, waaruit soms blijkt dat het toch niet beter was. Naast de grote investeringen wil je zoveel mogelijk voorkomen dat patiënten achteraf teleurgesteld zijn. Je wilt de echt kansrijke geneesmiddelen eigenlijk in een veel vroeger stadium herkennen’. 

 

Van Dongen streeft er ook naar dat medicijnen gebruikt worden voor patiënten die er dus echt baat bij hebben. Als voorbeeld noemt hij een recente imaging studie voor kinderen met een ponsglioom (tumor in de hersenstam): ’Deze zeldzame neurologische tumor is zeer moeilijk te behandelen. Die kinderen krijgen medicijnen die ook bij volwassenen gebruikt worden. We hebben nu met imaging laten zien dat deze medicijnen lang niet altijd de tumor bereiken. Het was nu een studie met maar heel weinig patiëntjes, maar zeven. In vervolgstudies willen we eigenlijk van voor af aan beginnen. Welke medicijnen komen aan bij de tumor en in welk stadium van de ziekte wordt het het beste opgenomen? En kan de opname verbeterd worden door bijvoorbeeld voorafgaande radiotherapie?’

 

Volgens Van Dongen waren de grote farmaceuten eerst niet enthousiast over zijn imaging aanpak omdat zij een omzetverlies vreesden. Volgens de professor herkende het biotechbedrijf Genentech van farmagigant Roche als eerste dat deze technologische innovatie niet tegen te houden is. Inmiddels werkt VUmc ook met o.a. Bristol-Myers Squibb, Novartis, Boehringer Ingelheim en GlaxoSmithKline, maar Van Dongen werkt net zo lief met kleine start-ups. “Die zijn enorm gemotiveerd want dat kan een boost geven aan hun ontwikkelplan. We gaan het uiteindelijk ook buiten de oncologie gebruiken. Zoals bij leverziektes, reuma, of Alzheimer.”

 

“Dit is een innovatie in geneesmiddelenonderzoek. Wij zijn de ontwikkelaars en proberen koploper te zijn, maar wij kunnen niet de wereld bedienen. Het moet wel verspreid worden om algemeen geaccepteerd te worden. Zo past Liesbeth de Vries van het UMCG in Groningen onze techniek met veel overtuigingskracht toe. Zij heeft enorm geholpen om het internationaal aandacht te geven. Dat is ook altijd ons doel geweest: om deze techniek uit te rollen in andere centra.”  

 

Van Dongen vindt dat er bij meerdere partijen een mentaliteitsomslag moet komen: “Ieder farma bedrijf in de wereld moet problemen erkennen, innovaties omarmen, en tot samenwerking bereid zijn. Ik zie dat nu gebeuren. Dat merkte ik omdat de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen direct reageerde op mijn recente interview met het FD én het onderschrijft. Zij zeggen dat zij die koers ook op willen gaan. In woord doen ze dit al, maar verdere discussies zijn nodig om ze echt over de streep te trekken.” 

 

“De farmaceutische industrie zegt dat een oplossing voor het probleem van “dure medicijnen” van meerdere kanten moet komen, daar ben ik het volledig mee eens. Daarom bouwen wij het Imaging Centrum. Daarin pakt VUmc ook haar rol. Dat doen we door onderzoek én infrastructuur. We zijn graag bereid om met kleine en grote farmaceutische bedrijven samen te werken, en verbeteringen na te streven.” 

 

'De oplossing van de te dure medicijnen moeten van meerdere kanten komen'

 

Van Dongen ziet geen oplossing in het idee dat ziekenhuizen zelf medicijnen zouden moeten gaan produceren. “De industrie is juist erg goed in het veilig, grootschalig en goedkoop produceren van geneesmiddelen, het probleem zit in het ontwikkelen en toepassen ervan. Laten we alsjeblieft ieder doen waar we goed in zijn. Laat academische onderzoekers zich vooral buigen over de technische oplossingen. Ik vind het ook verwarrend voor patiënten als je dit soort ideeën stellig deelt in de media. Het is dan heel moeilijk om de nuances in balans te houden. Naar mijn mening hebben patiënten, kleine en grote farmaceutische bedrijven, academische centra en overheid elkaar hard nodig om de beschikbaarheid van de beste geneesmiddelen voor nu en in de toekomst veilig te stellen.” 

 

Tags: 
Guus van Dongen
Medical Imaging
VUMC
LinXis
borstkanker
Registreer en beoordeel zelf
0
Nog geen stemmen
Deel dit bericht!
Openbaar
Persoonlijk