416
0
 
Afbeelding Wikimedia

Gekibbel over behandelcapaciteit protonentherapie

Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de Nederlandse Vereniging voor Radiotherapie en Oncologie (NVRO) kunnen het niet eens worden over de benodigde capaciteit voor protonentherapie. Het ministerie van Volksgezondheid heeft een schatting gemaakt van 2200 behandelingen per jaar: de NVRO denkt dat dit aantal behandelingen te laag is en ZN denkt juist dat deze schatting aan de hoge kant is.

 

Er komen voorlopig drie protonencentra in Nederland. Eind dit jaar kunnen de eerste patiënten terecht in Groningen en Delft. Eind 2018 is het protonencentrum in Maastricht klaar. Het centrum in Amsterdam is voorlopig uitgesteld.

 

ZN: risico dat dure centra niet volledig worden gebruikt

Volgens Albert Versteegde van ZN gaan er per jaar minder dan honderd patiënten naar het buitenland. Versteegde vindt het een risico dat we straks met hele dure centra zitten die niet volledig worden gebruikt. De NVRO denk dat de schatting van VWS veel te laag is en dat er behoefte is aan 5800 behandelingen.

 

ZN maakt niet gebruik van actuele gegevens

Geert Bosmans (hoofd protonenfysica) en Liesbeth Boersma (hoogleraar radiotherapie en medisch directeur) van Zuid-Oost Nederland Protonen Therapie Centrum (ZON-PTC) in Maastricht vinden het jammer dat ZN het standpunt van jaren geleden blijft herhalen zonder met nieuwe gegevens te komen. Hun standpunt was dat de aantallen overschat zijn en dat slechts één protonencentrum zou volstaan. Zelfs na een procedure bij de ACM waarbij hun argumenten zijn weerlegd, passen ze hun  standpunt niet aan en komen zij niet met nieuwe gegevens. Volgens Bosmans en Boersma is het logisch dat nu ook geen 2200 patiënten naar het buitenland worden verwezen, omdat Nederlandse zorgverleners alleen de standaard indicaties naar het buitenland verwijzen.

 

In Nederland is nu juist voor een unieke strategie gekozen volgens Bosmans en Boersma, de protonentherapie wordt gecontroleerd geïntroduceerd door naast de standaard indicaties ook de zogenaamde model-based indicaties in aanmerking te laten komen.

 

Landelijke indicatieprotocollen

Marco van Vulpen, medisch directeur van HollandPTC in Delft zegt dat de betrokken partijen, zoals ZN, de protonencentra, de beroepsgroep, ziektebeeld-specialisten en verzekeraars, per tumorgebied landelijke indicatieprotocollen vaststellen. Op basis daarvan worden patiënten geselecteerd die mogelijk baat hebben bij protonentherapie. Alle klinische uitkomsten van de patiënten worden verzameld en op basis van die gegevens zal in de toekomst worden vastgesteld of en hoeveel klinische winst de protonentherapie geeft.

 

Protonencentrum Amsterdam voorlopig in de ijskast

Het AMC, het Antoni van Leeuwenhoek en het VUmc Cancer Center die samen een protonencentrum wilden bouwen zien daar voorlopig van af. De Amsterdamse ziekenhuizen willen eerst afwachten in hoeverre de andere drie centra de vraag naar protonentherapie aankunnen. De verleende vergunning wordt in overleg met VWS slapende gehouden tot 2020.

 

Protonentherapie voor kinderen met neurologische tumoren

In april maakten het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) en het Prinses Máxima Centrum in Utrecht bekend intensief te gaan samenwerken bij de behandeling van kinderen met kanker. Kinderen met neurologische tumoren die beter gebaat zijn met protonentherapie, kunnen deze therapie eind dit jaar krijgen in het protonenbehandelcentrum in Groningen (GPTC). Dit wordt vanuit het Prinses Máxima Centrum gecoördineerd. Het UMCG heeft als enige centrum een vergunning om ook kinderen te behandelen met protonentherapie. 

 

 

 

 

Plakken op pagina: 
Tags: 
Protonencentra
protonentherapie
ZN
NVRO
VWS
Registreer en beoordeel zelf
0
Nog geen stemmen
Deel dit bericht!
Openbaar
Persoonlijk