1291
0

‘Aandacht voor vermoeidheid bij kanker is belangrijk in alle fasen van de behandeling’

Onlangs verscheen in het vakblad Nursing een artikel over de vernieuwing van de richtlijn ‘Vermoeidheid bij kanker in de palliatieve fase’. Martijn Stuiver, fysiotherapeut en onderzoeker in het Antoni van Leeuwenhoek en bijzonder Lector Functioneel herstel bij kanker, licht in een interview toe waarom aandacht voor vermoeidheid bij kanker niet alleen in de palliatieve fase belangrijk is, maar in alle fasen van de behandeling.  

 

Stuiver: “Je hebt bij kanker een fase waarin de zorg vooral gericht is op het genezen van de ziekte en een fase waarin – zoals in de nieuwe richtlijn – vooral sprake is van palliatieve zorg. In deze fase is de behandeling niet meer gericht op genezing van kanker, maar op het zolang mogelijk onder controle houden van de ziekte, of op het bestrijden van de symptomen, waarbij kwaliteit van leven op de voorgrond staat. Je weet dan dat de ziekte uiteindelijk de overhand krijgt, maar je probeert mensen dat zo comfortabel mogelijk te laten doorstaan.”

 

Chronisch vermoeid

In de nazorg van mensen die curatief behandeld zijn voor kanker, speelt vermoeidheid een belangrijke rol. Stuiver: “Het gaat dan om fysieke symptomen van vermoeidheid, maar ook om mentale symptomen. Een deel herstelt na verloop van tijd, maar ongeveer 25 tot 30 procent van deze mensen blijft chronisch vermoeid. Al in de fase van behandeling kun je de vermoeidheid als behandelaar proberen te beperken.”

 

Training tijdens chemotherapie

Lichaamsbeweging is daarbij volgens Stuiver een belangrijke interventie. “Dat is onderzocht bij een aantal tumorsoorten. Krachttraining is bijvoorbeeld effectief gebleken tijdens radiotherapie bij prostaatkanker en hormoontherapie. Duurtraining en krachttraining zijn effectief tijdens chemotherapie voor bijvoorbeeld borstkanker. Wanneer mensen chronisch vermoeid zijn, heb je een complexer probleem dat om complexere zorg vraagt. Psychosociale en gedragskenmerken spelen dan vaak ook een rol. Hoe gaan mensen om met de klachten? Is er sprake van angst/depressie? Is het dag-nachtritme of slaappatroon verstoord? De kanker, of behandeling daarvan is dan de uitlokkende factor van de moeheid geweest, maar er zijn andere factoren die niet zijn terug te voeren op de behandeling zelf.”

 

Krachttraining is bijvoorbeeld effectief gebleken 

 

Cognitieve gedragstherapie

Als je chronische vermoeidheid wil behandelen, is bewegen volgens de lector echter niet altijd voldoende. Stuiver: “Mensen die meer bewegen, worden meestal minder moe, maar meer bewegen is niet voorwaardelijk en ook niet altijd voldoende – dat komt omdat er vaak ook andere in standhoudende factoren zijn dan een gebrek aan fitheid. Momenteel is cognitieve gedragstherapie de interventie waarvan de werkzaamheid het best is aangetoond. De medisch specialist moet iemand screenen op de behoefte aan nazorg.”

 

 

Stuiver: “Niet elke patiënt vertelt de specialist over zijn of haar moeheid. Vaak zijn gesprekken vooral gericht op de kanker. Patiënten moeten vaak zelf op zoek naar hulp, maar niet iedereen weet waar hij moet zoeken. Iemand in de zorg moet op enig moment vaststellen dat er sprake is van chronische vermoeidheid, en dan doorverwijzen naar ‘cognitieve gedragstherapie’. Er is een online variant, waardoor het toegankelijker wordt. Voorheen moesten mensen echt op zoek naar een dergelijk programma.”

 

Richtlijn

Er is volgens Stuiver wel veel te zeggen voor de aparte richtlijn vermoeidheid in de palliatieve fase, omdat in die fase andere mechanismen een rol spelen en ook andere afwegingen moeten worden gemaakt ten aanzien van interventies. Het is echter belangrijk om in richtlijnen aandacht te hebben voor vermoeidheid in alle fasen van de behandeling voor kanker. In de IKNL-richtlijnen zijn de behandelfase en de herstelfase nu ondergebracht in de richtlijn oncologische revalidatie. Stuiver:"Het is inderdaad zo dat die niet op iedereen van toepassing is, maar de meeste zorgverleners kennen de richtlijn wel en interpreteren de aanbevelingen daaruit ook voor een meer monodisciplinaire situatie. De herziene versie is nog sterker gericht op een kleine groep patiënten die multidisciplinaire revalidatiegeneeskundige zorg nodig heeft. Daarmee bestaat een risico dat er minder aandacht aan gaat worden besteed door monodisciplinaire hulpverleners, en dat zou jammer zijn.”

 

 

Timing

Stuiver denkt dat een algemene richtlijn over vermoeidheid bij kanker die alle fasen van de behandeling omvat dat probleem kan ondervangen. Hetzelfde onderwerp onderbrengen in verschillende richtlijnen heeft echter ook nadelen, vindt hij: ”Verschillen in de timing van de ontwikkeling van richtlijnen of in de focus van de zoekstrategie naar wetenschappelijk bewijs, kunnen bijvoorbeeld leiden tot verschillen in conclusies. Dat geeft alleen maar verwarring in plaats van duidelijkheid. Je moet er dan dus voor zorgen dat de verschillende richtlijnen steeds synchroon lopen en dat is ingewikkelder dan het lijkt, ook omdat richtlijnontwikkeling een dure en tijdrovende klus is."

 

Je moet ervoor zorgen dat de verschillende richtlijnen steeds synchroon lopen 

 

Evidence based

Stuiver tot slot: “De richtlijn uit 2010 was vooral consensus based. De nieuwe richtlijn wordt waarschijnlijk meer evidence based, omdat er intussen meer onderzoek is gedaan voor deze specifieke ziektefase. De wetenschap zit niet stil, Door deze kennisontwikkeling zijn richtlijnen bijna altijd weer snel aan een update toe.”

 

Door: Lennard Bonapart, Medisch Journalist

 

 

Plakken op pagina: 
Tags: 
Martijn Stuiver
nazorg
Antonie van Leeuwenhoek. Nursing
Registreer en beoordeel zelf
0
Nog geen stemmen
Deel dit bericht!
Openbaar
Persoonlijk